Het best bewaarde geheim van LTO

20 augustus 2026

Het best bewaarde geheim van LTO

3 Mei 2018 – Leonie Bosch Boeren business

Het lijkt bijna als vloeken in de kerk wanneer de vraag gesteld wordt hoeveel leden LTO Nederland heeft. Als je kijkt naar internetfora dan zie je dat er vooral discussie is over het wel/niet hebben van een lidmaatschap. Echter, het is ook heel interessant om te weten hoeveel leden ze hebben, want ze doen nogal wat uitspraken vanuit de sector. Leonie Bosch controleert de cijfers.

Wanneer er doorgevraagd wordt, komt steeds de opmerking: “Wij hebben een organisatiegraad van meer dan 70%.”  Marc Calon, voorzitter van LTO Nederland, deed dit in 2018 in een interview met een vakblad voor de melkveehouderij nog eens uit de doeken. De journalist stelde de vraag hoeveel boeren LTO Nederland nog vertegenwoordigt. “Dat is 72%. Hoeveel dat per sector is, weet ik niet. Echter, het is wel net zoveel als in 1990. Dat verbaasde mij.” Later zegt hij nog een keer dat het hem verbaasde.

De cijfers uit 2013 laten het volgende beeld van het aantal leden per bedrijf zien: 3.000 bij LLTB, 8.500 bij ZLTO en 18.000 bij LTO Noord. De bron van de cijfers is LTO Nederland. Het totale aantal agrarische bedrijven op 1 april 2012 is 68.500. Dat zou betekenen dat 43% lid is van LTO Nederland.

43 procent is lid van LTO Nederland

Nu is het zo dat LTO Nederland aangeeft dat zij de leden ‘dubbel tellen’, dus per gezin. Als wij ervan uitgaan dat 60% getrouwd is, dan komen wij op deze berekening: 60% van 29.500 is 17.700. Deze zijn dan dubbel geteld; dus 17.700 gedeeld door 2 is 8.850 + 11.800 (40%) is 20.650. En 20.650 gedeeld door 68.500 = 30%.

LTO Nederland is zelf meest verbaasd
Wat mij opvalt, is dat Calon tot 2 keer toe in 1 alinea herhaalt dat het hem verbaasd dat de organisatiegraad zo hoog is. Het is alsof je een melkveehouder hoort zeggen dat hij heeft opgezocht hoeveel melk hij deze week geleverd heeft en dat het hem verbaasde dat het net zoveel was als 1 jaar eerder. De organisatiestructuur van LTO Nederland is zo ondoorgrondelijk geworden dat ze zelf niet eens meer weten waarover ze praten. 

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geeft overigens aan dat er in de gehele landbouw- en visserijsector een participatiegraad van 12% (2011) is in de vakorganisaties, vakverenigingen en/of vakbonden.

Organisatiegraad als graadmeter
LTO Nederland heeft zoveel ondernemingen dat zij bijna iedere sector bedienen. Het is voor mij echter onmogelijk om de getallen die LTO Nederland zelf noemt, bevestigd te krijgen. Het lijkt erop dat ze heel soepel omgaan met het begrip organisatiegraad. Het CBS geeft de volgende definitie: ‘het aantal werknemers dat lid van een vakbond is, uitgedrukt in procenten van het totale aantal werknemers.’

Volgens het statistiekbureau CBS zijn er circa 170.000 personen werkzaam in de landbouw. Een participatiegraad van 72% houdt in dat 122.400 mensen lid zijn van LTO Nederland. Stel dat dit waar zou zijn, dan zou LTO Nederland ieder jaar 122.400 keer €1.000 is €122.400.000 miljoen moeten ontvangen.

Echter, als we naar de winst- en verliesrekening kijken, dan is de omzet circa €24.000.000, op basis van cijfers van de Kamer van Koophandel (KvK). Dat is 1/5 daarvan. Dat zou een organisatiegraad van 14,4% betekenen. Dan ga ik er wel vanuit dat alle inkomsten ledencontributies zijn, wat waarschijnlijk niet zo is. Daardoor zou het percentage nog lager uitvallen.

Daling in ledenaantallen
Circa 1 jaar geleden stond er een artikel in de boerderij, waarin een inventarisatie is gemaakt van de ledenaantallen van de verschillende belangenorganisaties in de landbouw. Ook zij kwamen niet veel verder dan schattingen. LTO Noord gaf aan 35.000 leden te hebben, maar stelde dit bij door te zeggen dat daar ook de slapende leden bij zaten. Zonder die leden ging het om 25.000 personen.

Daarbij worden dan ook de gezinsleden gerekend; in de praktijk komt het neer op ongeveer 12.500 leden met een bedrijf. ZLTO geeft aan dat er 7.126 bedrijven lid zijn en LLTB geeft aan dat er 2.400 bedrijven/maatschappen en slapende leden lid zijn, omgerekend komt dat dan neer op 1.200 leden.

Volgens het CBS zijn er op dit moment nog 54.840 landbouwbedrijven. Dat zou betekenen dat van alle bedrijven 38% lid is van LTO Nederland. Dat is een kleine daling ten opzichte van 2012 (-4%). Niets om je voor te schamen.

Melkveehouders
De laatste tijd is LTO Nederland vaak in het nieuws, mede door het bindend advies grondgebondenheid. Een aantal keren kon je lezen dat de leden van LTO (althans, volgens LTO zelf) het plan ‘omarmden’. “NZO en LTO Nederland nemen het advies advies van de Commissie volledig over en werken het verder uit. Beide partijen gaan onderzoeken hoe zij melkveehouders kunnen stimuleren om de gewenste grondgebondenheid te realiseren.” Dirk Bruins: “Het advies draagt bij aan een aantal doelstellingen die we zelf al hebben gesteld. Het past dus mooi.”

13,5

procent

van de melkveehouders is lid van LTO

In zo’n geval is het wel heel belangrijk om te weten hoeveel procent van de melkveehouders dan vertegenwoordigd worden. Er zijn in Nederland 17.000 melkveehouders, daarvan zijn er ongeveer 3.000 lid van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) (bron: boerderij, 2017) en ongeveer 2.000 lid van de Dutch Dairy Board (DDB).

Uit eerder onderzoek van de SER (2012) blijkt dat 43% van de melkveehouders lid is van een vakvereniging. Dat levert de volgende berekening op: 17.700 gedeeld door 100 keer 43 is 7.310. Daarvan zijn circa 5.000 melkveehouders lid van een andere vakvereniging. Dus blijven er 2.300 melkveehouders over, 13,5% van alle melkveehouders. Wat een heel mooi aantal is. Blijkbaar is het aandeel van de melkveehouders ongeveer 12% van het gehele ledenbestand.

Kleur bekennen
Het probleem met belangenorganisaties is dat ze vaak in overleg willen met alle partijen en dan zoeken naar een middenweg. Het is een mooi streven, maar in de landbouw is het lastig. Ten eerste heb je meerdere bedrijfstakken en ten tweede heb je bedrijfstakken met diverse belangen. Een duidelijk voorbeeld is de biologische veehouderij, versus de gangbare veehouderij, versus de intensieve veehouderij. Buitenom dat het lastig is, lijkt het alsof LTO Nederland de laatste tijd de groep die het meest in de problemen zit (de melkveebedrijven met weinig grond en hoge kosten) het minst wil vertegenwoordigen.

Veel leden, weinig leden, 10 concernrelaties of 3.000 leden; het moet niet uitmaken zolang iedereen weet hoe het zit en waar je voor kiest. Op dit moment spreekt LTO Nederland uit naam van 13,5% van de melkveehouderij. Dat is te weinig om te kunnen zeggen dat de sector ergens achterstaat. Een snelle analyse laat zien dat de verhoudingen op social media steeds meer richting een negatief sentiment gaan, met betrekking tot LTO.

Transparantie is een groot goed voor de leden van een belangenbehartiger. Volgens mij wil LTO Nederland daar best in mee gaan. Laten we beginnen met gewoon antwoord geven als er gevraagd wordt hoeveel leden er zijn en dan niet goochelen met dubbele leden, slapende leden, maatschappen, bedrijven, personen, werknemers, verzekeringnemers en ook niet met bedrijfstakken. Gewoon per bedrijfstak, per landbouwbedrijf de cijfers op tafel.

LTO Noord
Na een paar dagen flink wat informatie gelezen te hebben over LTO Nederland, kan ik mij niet aan het idee onttrekken dat LTO Noord ongeveer het hele bolwerk draagt (financieel en qua ledenaantallen). Daarmee wil ik de andere afdelingen niet te kort doen, want die lijken ook prima te presteren (ZLTO en LLTB). Echter, het zou maar eens kunnen dat de laatste reorganisatie enkel heeft plaatsgevonden om alle los-vast-concerns te laten meeliften op de successen van LTO-Noord.

Leonie Bosch is econoom en boerin. Op melkveehouderijbosch.nl houdt ze de ontwikkelingen in de landbouw nauwlettend in de gaten.  

 Leden (2012)Leden (2017)Verschil tussen 2012 en 2017
LTO18.00012.500-30,6%
ZLTO8.5007.126-16,2%
LLTB3.0001.200-60%

Leonie Bosch