Er zijn landen met olie. Er zijn landen met gas. Er zijn landen met wapens. En er zijn landen met voedsel.. Nederland had lange tijd de vooruitziende blik om bij die laatste categorie te horen. Een klein, nat, overgereguleerd stukje rivierdelta, dat desondanks wereldklasse werd in landbouw, tuinbouw, kennis, logistiek, veredeling, melk, vlees, aardappelen, groenten, kassen en export. Geen boerensprookje maar harde strategische benodigde capaciteit. Maar dat is verleden tijd aan het worden.
Want Nederland heeft iets nieuws bedacht, en dat is: nationale zelfoffering, langzaam maar gestaag lopen we richting het offeraltaar, als we deze koers zo doorzetten, is er ook niets anders meer om op het altaar te offeren, niets anders dan onszelf. Op de kaart van voedselzelfvoorziening (FAO, 2025), staat Nederland inmiddels rood, SSR (zelfvoorzienend ratio), ongeveer het laagste van alle landen.
Nederland niet meer zelfvoorzienend
Nederland staat niet rood omdat het arm is. Nederland staat rood omdat het zich heeft gespecialiseerd in de gevaarlijkste vorm van welvaart, namelijk we zijn gaan denken dat de wereldmarkt een grondrecht is.

Dat betekent niet dat morgen de supermarkt leeg is, nee dat betekent iets veel ergers, wij zijn rijk genoeg geworden om afhankelijkheid te verwarren met beschaving. In de studie waarin die kaart staat, worden rijke Europese landen met lage zelfvoorziening expliciet genoemd als landen die hun voedselbehoefte aanvullen via externe import. Nederland staat dus niet rood omdat het arm is. Nederland staat rood omdat het zich heeft gespecialiseerd in de gevaarlijkste vorm van welvaart, denken dat de wereldmarkt een grondrecht is. Nederland gaat er vanuit dat Rusland, China en Amerika wel uit de goedheid van hun hart ons blijven zien als belangrijke handelspartner, ook als er amper nog wat te handelen is (eenrichtingsverkeer is geen handel). Terwijl handel (beide kanten op) goed is, het spreidt risico’s en kan helpen om schokken op te vangen. Maar risico’s spreiden is iets anders dan je eigen productiecapaciteit afbouwen en daarna hopen dat de wereld vriendelijk blijft, dat voorziet in een toekomst van bedelen en hopen.
De twintigste eeuw draaide om olie. Wie olie had, bepaalde oorlog, industrie, transport en diplomatie. De eenentwintigste eeuw wordt net zo hard bepaald door voedsel, energie, kunstmest, water en logistiek. Rusland hoeft Europa niet te veroveren als het graan, gas, kunstmest en havens als hefboom kan gebruiken. China hoeft je akkers niet te bezitten als het ketens, grondstoffen, afzetmarkten en industriële verwerking naar zich toe trekt. Amerika hoeft geen dreigement te sturen als het via dollars, exportmacht, technologie en handelsvoorwaarden de spelregels kan bepalen.

De twintigste eeuw draaide om olie. Wie olie had, bepaalde oorlog, industrie, transport en diplomatie. De eenentwintigste eeuw wordt net zo hard bepaald door voedsel, energie, kunstmest, water en logistiek.
En Nederland?
Nederland zet zijn boeren aan de straatkant. Niet letterlijk allemaal natuurlijk dat zou te eerlijk zijn. We noemen het, extensivering (en doelsturing, transitie, gebiedsproces, etc. etc.. . Woorden die klinken alsof er beleid wordt gevoerd, maar beleid suggereert dat er ook nagedacht is over de gevolgen.
Wie de landbouw halveert, halveert niet alleen uitstoot (en uit meerdere onderzoeken blijkt dat, dat nog de grootste misser blijkt te zijn te denken dat er een lineair verband is), die halveert kennis, schaal, infrastructuur, opvolging, regionale economie, verwerkingscapaciteit, financierbaarheid, leveranciersnetwerken, exportkracht en voedselmacht. Nederland exporteerde in 2024 nog altijd voor enorme bedragen aan landbouwgoederen, €83,4 miljard aan in Nederland geproduceerde export en €45,5 miljard aan wederuitvoer. De sector is dus geen folklore, maar economische infrastructuur. Tegelijk steeg de import naar €86,1 miljard. Dat is precies het punt, landbouw is geen losse boer op een trekker het is een strategisch systeem. En wat doet Nederland vervolgens, zij zet de landbouwsector in als wisselgeld
Alsof voedselzekerheid over ene tijdje nog even kan worden bijbesteld. Alsof een stal, een kas, een akkerbouwbedrijf, een veredelingsketen, een zuivelfabriek, een loonwerker, een jonge opvolger en een exportpositie weer vanzelf terugkomen zodra de geopolitieke werkelijkheid aanbelt. Maar productiecapaciteit is geen Netflix-abonnement. Je zet het niet even aan als Rusland lastig doet, China honger krijgt, Amerika protectionistisch wordt of een nieuwe oorlog de graanmarkt sloopt.
De Europese instellingen snappen dat trouwens allang, zolang ze het niet over Nederlandse boeren hoeven te hebben. De EU noemt landbouwgrond, vruchtbare bodem en water strategische activa de ruggengraat van open strategische voedselautonomie. De Europese Commissie wijst daarnaast op afhankelijkheden bij eiwitten, grondstoffen en kunstmest. Vertaling, voedsel is veiligheid, bodem is macht, boeren zijn infrastructuur.
Maar in Nederland doen we alsof strategische autonomie begint bij defensie en eindigt bij windmolens. We praten over tanks, chips, batterijen en datacenters, terwijl we de mensen die daadwerkelijk calorieën, eiwitten en uitgangsmateriaal produceren behandelen als bestuurlijke overlast. Een land dat zijn voedselproductie afbouwt, koopt geen natuur. Het verkoopt onderhandelingsmacht en relevantie. Het verkoopt de mogelijkheid om nee te zeggen, nee tegen slechte of te dure import, nee tegen politieke chantage, nee tegen handelsblokken van landen die hun boeren wel beschermen, nee tegen voedsel dat elders goedkoper is. Nederland is al klein, maar maakt hiermee zichzelf tot dwergstaatje en roept heel hard dat het volwassen beleid, gedrag dat past bij een peuter of een puber die denkt dat ze alles begrijpen maar continu hun hand overspelen.

Een land dat zijn voedselproductie afbouwt, koopt geen natuur. Het verkoopt onderhandelingsmacht en relevantie. Het verkoopt de mogelijkheid om nee te zeggen, nee tegen slechte of te dure import, nee tegen politieke chantage, nee tegen handelsblokken van landen die hun boeren wel beschermen, nee tegen voedsel dat elders goedkoper is. Nederland is al klein, maar maakt hiermee zichzelf tot dwergstaatje en roept heel hard dat het volwassen beleid, gedrag dat past bij een peuter of een puber die denkt dat ze alles begrijpen maar continu hun hand overspelen.
En straks, wanneer de volgende crisis komt, zal dezelfde politiek ontdekken dat voedsel toch essentieel is. Dan komen er commissies, noodplannen, strategische voorraden en dan worden boeren ineens weer cruciaal. Dan blijkt de sector die jarenlang werd weggezet als probleem, vervuiler en hinderpaal toch de laatste verdedigingslinie tussen afhankelijkheid en bestaansnorm. Maar dan is het erf verkocht, de stal gesloopt, de opvolger omgeschoold, de kennis versnipperd, de vergunning verbrand, de grond opgekocht en de keten verplaatst naar andere landen.
Maar geen zorgen, we hebben zeker 58 plantjes in natuurgebieden weten te redden en een minister die in Brussel kan uitleggen dat Nederland zijn verantwoordelijkheid heeft genomen. Dat klopt, Nederland heeft verantwoordelijkheid genomen en de rest van de wereld zal Nederland voor eeuwig als voorbeeld noemen als ze generaties willen waarschuwen hoe een welvarend land in no time kan veranderen in bedelende staat die afhankelijk is van de goedheid van China of zij aankomend jaar nog te eten heeft.
https://www.fao.org/faostat/en/#data/FBS/metadata
https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0213448
https://link.springer.com/article/10.1186/s40066-025-00537-0

