Decennialang liep het CDA het erf op alsof ze er thuis waren, een bijbel onder de arm en een folder over hoe te stemmen in de binnenzak. Er werd koffie gedronken, de hond werd geaaid, de zin ‘voor de boeren’ viel drie keer en ergens tussen de krentenwegge en de verkiezingsposter overtuigden zij de boer dat hij er niet alleen voor zou komen te staan. Daarna reed de CDA’er terug naar Den Haag om niet door te hebben hoe zij langzamerhand het schandknaapje van links werden en op die manier meewerkte aan de basis voor het politieke systeem dat de boer op dit moment in de wurggreep houdt met beleidsnota’s, rekenmodellen, vergunningentrajecten en morele preken van mensen die denken dat voedselproductie via een aan/uit knop werk.
Nee, het CDA heeft haar ziel niet plotseling verkocht. Dat zou nog iets waardigs hebben, 1 dramatisch moment, bliksem boven Den Haag, Bontenbal met een ganzenveer gedoopt in het bloed, zweet en tranen van de Nederlandse boeren, de duivel met een contract waarin de hij met 1 handtekening de landbouwsector de nek omdraait. Maar nee, jammer genoeg was dit niet iets groters dan het CDA en voorbij voordat men het doorhad. Nee de ziel van het CDA werd de afgelopen jaren willens en wetens in jaarlijkse transacties overgedragen omdat het CDA liever politiek bedrijft in plaats van het belang van hun kiezers te vertegenwoordigen.

De boer is in CDA-taal nooit meer gewoon ondernemer, nee tegenwoordig is het vooral, rentmeester en zelfs technoloog[1]. Rentmeesterschap is het woord dat politici gebruiken wanneer ze van iemand anders bezit moreel eigendom willen maken. Want hoewel volgens Den Haag de boer verantwoordelijkheid draagt voor landschap, biodiversiteit, voedselzekerheid, dierenwelzijn, stikstofreductie, waterkwaliteit, dorpsleven, erfgoed en ruimte moet bieden aan stedelingen die op zondag met een gravelbike door de weilanden komen scheuren, valt iedereen stil zodra die boer vraagt om een verdienmodel. Dan schuift men een commissie naar voren of een fonds of nog erger het standaard antwoord, we gaan werken aan perspectief voor de sector. Perspectief is in Den Haag geen uitzicht of oplossing, het is uitstel en afstel.
Het CDA kent dat woord als geen ander, perspectief voor boeren, en zij laat het klinken alsof er ergens aan het eind van de tunnel licht brandt. In werkelijkheid staat daar een ambtenaar met een meetinstrument. Eerst moet de boer reduceren, aanpassen, investeren, registreren, innoveren, monitoren, rapporteren en juridisch aantonen dat hij niet bestaat op een manier die het model stoort. Daarna, misschien, komt er ruimte, niet echte ruimte natuurlijk, maar bestuurlijke ruimte, je kent het wel, de soort ruimte waarin je mag bewegen zolang je precies dat doet wat Den Haag wil dat je doet.
Emissienorm per bedrijf
En dan de politieke marketing truc van de eeuw, de emissienorm per bedrijf. Een technocratische hostie voor de beleidskerk. De emissienorm wordt verkocht als bevrijding van het stikstofmodel. In werkelijkheid is het de privatisering van staatsfalen. Het nationale natuurdoel wordt een individuele bedrijfsopdracht. De politieke rekening wordt netjes uitgesmeerd over boerenerven, met een sausje van, perspectief, doelsturing en ondernemerschap.
Eerst maakt de landelijke politiek van natuurherstel een nationale verplichting. Daarna ontdekt diezelfde Staat dat haar eigen bouwwerk niet past. De doelen bewegen, de modellen kraken, de vergunningverlening loopt vast, de rechter kijkt niet weg, de natuur is juridisch belangrijker dan de verkiezingsfolder en ineens blijkt het grote bestuurlijke meesterwerk vooral een val te zijn waarin iedereen vastzit. En wat doet Den Haag dan, Den Haag noemt het geen staatsfalen, nee ze schuiven het probleem door naar de boeren onder de noemer, doelsturing.
Want doelsturing klinkt alsof de boer vrijheid krijgt. Alsof hij eindelijk zelf mag bepalen hoe hij zijn bedrijf runt. Alsof er na jaren van rekenmodellen, AERIUS, KDW, PAS, gebiedsprocessen en ambtelijke mist nu eindelijk vertrouwen komt in het vakmanschap op het erf.
De boer komt zelf aan het stuur
Prachtig, alleen heeft Den Haag de bestemming ingevoerd, Brussel zit op de achterbank, de provincie houdt de kaart vast, de rechter doet de APK en de bank heeft de contactsleutel. Verwar het meewerken van de boer niet voor vertrouwen of acceptatie in het beleid.
Natuurlijk wilden boeren meer controle, maar controle over hun eigen bedrijf, niet over andermans probleem. Als je iemand jarenlang met een stok slaat, vraagt je uiteindelijk vanzelf of hij je de stok misschien zelf mag vasthouden. Dat is geen vrijheid, dat is schadebeperking.
Maar laten we eerlijk zijn, de belangenorganisaties deden ook hun rondedans om het gouden kalf van de toegang. Een overlegtafel hier, een convenant daar, een foto met bewindspersonen, een zinnetje over, constructief meedenken. Alsof je in een slachthuis aan tafel mag meepraten over de kleur van de tegelwand en dat vervolgens verkoopt als invloed. LTO, NAJK, belangenbehartigers, sectorclubs, allemaal gevangen in dezelfde fuik. Wie niet aan tafel zit, staat op het menu, horen we al jarenlang. Maar het begint er op te lijken dat degenen die wel aan tafel zitten, zelf het bestek zijn.
En midden in die fuik staat het CDA met een ernstig gezicht te vertellen dat het, naast de boeren, staat, sterker nog Bontenbal verteld geregeld vol trots dat hij zelfs op zondag voetbalt met wat boeren. Nou dichter bij de landbouwsector kun je niet komen zou je zeggen.
Maar schijn bedriegt, het CDA staat niet naast de boeren. Het staat tussen de boeren en de politieke macht in, met 1 hand op de schouder van de boer en de andere op de deurknop van de coalitiekamer. Dat is de ware CDA houding, pastoraal bij de voordeur, bestuurlijk bij de achterdeur.
Het CDA heeft de boerensector niet verraden door 1 verkeerde keuze. Het heeft iets ergers gedaan, het heeft de boer jarenlang laten geloven dat loyaliteit wederkerig was. Dat de partij die in zaaltjes sprak over familiebedrijven, dorpsgemeenschappen en gespreide verantwoordelijkheid uiteindelijk ook zou vechten wanneer het systeem diezelfde families, dorpen en verantwoordelijkheden vermorzelde. Maar toen puntje bij paaltje kwam, bleek de oude volkspartij maar al te graag voor de duvel te willen dansen.
De deal was simpel:
De boodschap was, jullie mogen weer regeren.
Het CDA vroeg, wat is de prijs?
Het antwoord was, de landbouwsector…
En nog voor de inkt van Bontenbal zijn handtekening was opgedroogd, kraaide de haan drie keer….
[1] https://www.cda.nl/themas/landbouw-en-natuur/

