Maar niet in het politieke systeem waar Nederland blijkbaar steeds voor kiest. In Nederland doen wij niet meer aan oplossingen wij doen enkel aan beleid.
We praten over halvering, reductie, krimp, groei, kringloop, duurzaam en transitie, maar niemand weet ten opzichte van wat. Geen (nul)metingen (of alweer drie keer aangepast) als realistische basis, nee in plaats daarvan praten we liever over de lijn in de grafiek, de modelmatige trends en de meetonzekerheden.
Met andere woorden, we blijven nog een uurtje binnen omdat een app op de telefoon zegt dat het regent, terwijl als we even naar buiten zouden lopen we zien en voelen dat het droog is en als iemand er wat van zegt dan komt steevast het antwoord, nee ik wacht wel want het zal zo alsnog wel gaan regenen en vroeg of laat krijg je natuurlijk gelijk.
De cijfers regeren, niet de mensen
We vergaderen ons een slag in de rondte, we hebben vergaderingen met experts over het meten van de meting. We hebben projectgroepen die vervolgens op basis van de uitkomsten over de meetonzekerheden, gaan vergaderen over alternatieve rekenmethoden. We hebben overlegtafels om draagvlak te creëren ongeacht waarvoor. We hebben een taskforce voor de communicatie over de projectgroepen en de rekenmethoden. Maar nog steeds geen groep die even naar buiten loopt om te kijken hoe het gaat met de natuur.
We hebben modellen die de toekomst voorspellen tot op drie cijfers achter de komma, maar geen ambtenaar die zijn laarzen aantrekt om eens in een sloot te kijken. De natuur is allang geen natuur meer, maar een getal met onzekerheidsmarge. Een grutto is geen vogel, maar een parameter.
Een bos is geen bos maar een depositie- locatie. En een boer is geen boer maar een stikstofbron.
Een grutto is geen vogel, maar een parameter.
Een bos is geen bos maar een depositie- locatie. En een boer is geen boer maar een stikstofbron.
Dus het model zegt dat het regent, blijven we binnen. En wie zegt dat het droog is, kan komen opdraven voor een kamerdebat waar hij buiten de motie van wantrouwen die is ingediend ook nog eens compleet afgebrand wordt omdat zijn waarnemingsmethode geen doelcijfers oplevert voor de evaluatierapporten die naar de EU moeten.
Samengevat hebben we een overheid die fungeert als een soort van stand inn voor de werkelijke machthebbers: de modellen (of moet ik zeggen degene die de modellen zo goed hebben weten te verkopen?). Het model bepaalt of een boer mag boeren, of een fabriek mag draaien en of een dorp mag groeien. Niet de lucht, niet de bodem, niet de vogels, niet de biodiversiteit of de werkelijke uitstoot, nee… het model.
En als iemand durft te vragen of het wel klopt, dan wordt die vriendelijk verzocht plaats te nemen in een klankbordgroep voor mensen die een kritisch geluid laten horen en mogen ze zich vanaf dan bezig houden met het verbeteren van het draagvlaktraject van de validatie van het modelmatige rekenkader.
De eeuwige voorbereiding
Het ergste is misschien nog wel dat niemand iets durft te beslissen. Elke minister die je vraagt waarom er geen oplossing komt, schuift de verantwoordelijkheid weg naar een ander: Brussel wil kaders, Den Haag wil eerst draagvlak, de provincie wil niet bewegen voor er duidelijkheid komt en de gemeenten kunnen niet uitvoeren vanwege gebrek aan geld. Het afschuiven van verantwoordelijkheden kan ook andersom van gemeente naar minister en alle andere varianten. Het perfecte duurzame ecosysteem: niemand beweegt dus volledig duurzaam.
Het resultaat is indrukwekkend
Sinds 2020 zijn er ruim 40.834 Kamerstukken verschenen over de natuur. VEERTIGDUIZEND officiële documenten, elk gemiddeld vast tien pagina’s dik. Dat is zo’n 620.000 vellen papier, nog zonder de versies, notities, bijlagen, printers die vastliepen en de kopieën voor tweehonderd Kamerleden, ministeries en adviesraden. Tel daar de inkt, distributie en digitale opslag bij op, en het natuurbeleid zelf is inmiddels verantwoordelijk voor een bos aan CO₂-uitstoot.

De papieren tijger is uitgeroeid verklaard, omdat hij is opgegaan in zijn natuurlijke habitat de PDF.

Ergens op een ministerie ligt dus letterlijk een bos aan beleidsstukken over hoe we de natuur moeten redden, terwijl de natuur intussen uitsterft aan papieren longproblemen. Elk beleidsstuk redt gemiddeld nul hectare, maar kost er waarschijnlijk 1. De bossen verdwijnen, maar gelukkig hebben we altijd nog de notulen ervan.
De groene paradox
Conclusie, we zijn nu al jaren zo druk met het redden van de natuur dat er straks geen natuur meer over is om te redden. Nu is iedere meter grond al onderdeel van een gebiedsgerichte aanpak met bestuurlijke opschaling. Er groeit niets meer vanzelf alles moet volgens plan. In de bossen hoor je geen vogels, maar echo’s van commissienamen zoals regiegroep gebiedsgerichte stikstofaanpak, Nationaal programma landelijk gebied en Interdepartementale stuurgroep natuurdoelen, terwijl ondertussen het enige wat écht uitstoot veroorzaakt in dit land, de hete lucht uit alle vergaderzalen is.